Delen:

Actualiteiten Jeugdwet 2021

Wil je weten welke wetswijzigingen vanaf dit nieuwe jaar in zijn gegaan? Of welke in 2021 nog op het programma staan? Lees dan verder voor een overzicht van de belangrijkste actualiteiten rondom de Jeugdwet.

#1 Verbeteraanpak Wet passend onderwijs

De Wet passend onderwijs is in 2012 aangenomen. Het doel van de wet is om voor alle leerlingen een plek te realiseren op een school die past bij hun kwaliteiten en mogelijkheden. Sinds 2014 maakt ook de zorgplicht voor scholen deel uit van de wet. Dat betekent dat zij verplicht zijn om een passende onderwijsplek te bieden aan leerlingen. Hoe die passende onderwijsplek eruitziet is voor elke leerling anders. Bijvoorbeeld een gewone school, een school die extra begeleiding kan bieden of een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs. Om dit mogelijk te maken hebben scholen in het primair en voortgezet onderwijs samenwerkingsverbanden gevormd waarin zij bepalen hoe extra ondersteuning voor kinderen geregeld wordt en hoe dit onder de scholen en leerlingen verdeeld wordt.

Evaluatie en verbetermaatregelen minister Slob

Minister Slob van Onderwijs en Media heeft samen met allerlei betrokken de Wet passend onderwijs geëvalueerd. Er zijn zeker stappen gemaakt, maar dat is nog niet voldoende. Uit de valuatie blijkt dat er grote verschillen zijn tussen regio’s en dat het uitmaakt waar kinderen wonen. Eind vorig jaar heeft hij daarom een verbeteraanpak opgesteld met 25 maatregelen. Ook schetste hij een stip op de horizon richting inclusiever onderwijs. De belangrijkste maatregelen lichtten wij hieronder uit:

  • Er komt een landelijke standaard voor basisondersteuning. Zo weet iedereen wat iedere school (minimaal) aan ondersteuning biedt.
  • Er komt meer informatie over de zorgplicht die scholen hebben. Zo weten ouders en leerlingen dat de school passende ondersteuning moet zoeken. Dit kan op de eigen school, maar ook op een school in de regio zijn. Door de landelijke standaard en meer bekendheid rondom de zorgplicht voorkomt men dat scholen ‘ouders wegadviseren’.
  • Leerlingen krijgen hoorrecht. Dit recht wordt ook in de wet vastgelegd. Dat betekent dat leerlingen straks meepraten over hoe hun eigen ondersteuning eruit komt te zien.
  • Er komen meer mogelijkheden om leerlingen met een (zeer) ingewikkelde ondersteuningsbehoefte en hoogbegaafden te helpen. Zo willen we voorkomen dat deze leerlingen thuiszitten. Als voorbeeld noemt minister Slob online thuisonderwijs ‘als eerste stap naar een terugkeer naar de schoolbanken’.

Wat betreft inclusiever onderwijs wordt de komende vijftien jaar een route uitgewerkt. Sommige scholen en samenwerkingsverbanden zijn al klaar om de volgende stap te maken. Zij gaan de komende zes jaar ervaring opdoen met inclusiever onderwijs. In deze tijd moet duidelijk worden of er onnodige belemmeringen zijn in wet- en regelgeving die weggenomen moeten worden.

Benieuwd welke maatregelen nog meer onderdeel uitmaken van de verbeteraanpak? Lees dan de volledige Kamerbrief van de minister.

#2 Ontwikkeling van de Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen

Afgelopen jaar lag het Wetsvoorstel Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen ter consultatie en momenteel bestudeert het Ministerie de ingezonden reacties. Het kabinet wilde destijds dat het wetsvoorstel begin 2023 in werking zou treden. Het is nog onduidelijk of deze planning ook haalbaar is.

Doel van de Wet

Het wetsvoorstel introduceert regels met betrekking tot de inkoop van jeugdzorg en de governance van jeugdhulpinstellingen. Het aanpassen van de wetgeving is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de benodigde en passende zorg voor jeugdigen altijd tijdig beschikbaar is. Het komt nu namelijk regelmatig voor dat jeugdigen (met name als zij behoefte hebben aan een specialistische vorm van jeugdhulp) op een wachtlijst komen te staan. Ook lukt het niet altijd om de jeugdhulp in de regio aan te bieden, dichtbij de woonplaats van de jeugdige en het gezin. Dat is natuurlijk niet wenselijk en beoogt de minister met dit wetsvoorstel te voorkomen.

Wijzigingen voor gemeenten en jeugdzorgaanbieders

Om dit te realiseren verplicht het wetsvoorstel tot een duurzame, niet-vrijblijvende samenwerking te komen tussen gemeenten. Zo moeten gemeenten binnen de regio samen een regiovisie opstellen waarin staat hoe zij samen met de kinderbescherming, jeugdreclassering en jeugdhulp inkopen. Ook moeten zij hierin toelichten hoe zij op bovenregionaal niveau de beschikbaarheid van specialistische jeugdhulp willen regelen. Deze regionale samenwerking moet ervoor zorgen dat de administratieve lasten voor jeugdzorgaanbieders worden verlaagd. Ook moet er per jeugdzorgregio één aaspreekpunt zijn voor jeugdzorgaanbieders, waar zij gemeenten kunnen aanspreken op hun verantwoordelijkheid voor een passend jeugdhulpaanbod.

Ook van jeugdzorginstellingen wordt de nodige inzet verwacht. Zo moeten zij een intern toezichthouder aanstellen en zorg dragen voor ‘goed bestuur’. Dat laatste heeft met name betrekking op het vastleggen van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden met betrekking tot de financiële bedrijfsvoering. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) houdt toezicht op de naleving van deze regels. Deze eisen moeten ervoor zorgen dat jeugdhulpinstellingen een professionele, transparantere en integere bedrijfsvoering naleven en daarop aanspreekbaar zijn.

Delen:
Top