Delen:

Actualiteiten Wmo 2021

Wil je weten welke wetswijzigingen vanaf dit nieuwe jaar in zijn gegaan? Of welke in 2021 nog op het programma staan? Lees dan verder voor een overzicht van de belangrijkste actualiteiten rondom de Wet maatschappelijke ondersteuning.

#1 Wetsvoorstel resultaatgericht beschikken

Indien een inwoner hulp bij het huishouden nodig heeft, draagt de gemeente zorg voor de besluitvorming. De uitvoering van de ondersteuning besteden zij  daarentegen meestal uit aan private aanbieders. Een groot deel van gemeenten indiceert niet in uren (‘u heeft recht op 4 uur ondersteuning per week’) maar in resultaten (‘u heeft recht op een schoon huis’). Dit wordt ook wel resultaatgericht beschikken genoemd. Na de beschikking beoordeelt de aanbieder samen met de cliënt welke activiteiten verricht moeten worden om het resultaat te behalen. Bijvoorbeeld: 1x per week stofzuigen en dweilen, schoonmaak badkamer, toilet en keuken. Hierdoor ontstaan soms achteraf geschillen tussen de inwoner en de aanbieder over wat een ‘schoon en leefbaar huis’ is. Dit kan tot rechtsonzekerheid leiden van de inwoner.

Rechtsonzekerheid inwoner

Hoewel de inwoner in bezwaar kan gaan tegen het besluit van de gemeente (op grond van de Awb), is er geen mogelijkheid om in bezwaar te gaan tegen de uitvoering van de beschikking. De beslissingen van aanbieders zijn immers geen besluit van een bestuursorgaan. Daarom heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) in 2018 een streep gezet door het resultaatgericht beschikken voor hulp bij het huishouden. Wanneer de gemeente in de beschikking niet het aantal uren huishoudelijke hulp benoemt, weet de cliënt niet op hoeveel uren hij recht heeft. Dit zou in strijd zijn met het rechtszekerheidsbeginsel. Een wetsvoorstel is dan ook nodig om de mogelijkheid van resultaatgericht beschikken, onder voorwaarden, te behouden.

Wetsvoorstel

Vorig jaar is daarom door minister Hugo de Jonge een wetsvoorstel ingediend om resultaatgericht beschikken mogelijk te maken. Door geen vast urenaantal aan te houden, ontstaat er meer ruimte voor maatwerk en het op- en afschalen van hulp bij het huishouden. Bij resultaatgericht beschikken kijken de aanbieder en de inwoner wat de exacte ondersteuningsbehoefte van de inwoner is. Na goed overleg tussen de verschillende partijen legt de aanbieder in een ondersteuningsplan vast wat de inwoner nodig heeft en hoe vaak. Dit ondersteuningsplan wordt vervolgens onderdeel van de beschikking. Gemeenten moeten in hun beleid opnemen in welke gevallen zij resultaatgericht beschikken en wanneer zij een tijdsduurbeschrijving hanteren.

Ook krijgt een inwoner met de beoogde wijziging (nieuwe) rechtsmiddelen waarmee hij kan opkomen tegen de uitvoering van de maatwerkvoorziening. Met het wetsvoorstel is het voor de inwoner mogelijk om ook bij het College van B&W te klagen over de uitvoering van de maatwerkvoorziening door een aanbieder en de behoorlijkheid daarvan. Het wetsvoorstel regelt dus dat de inwoner zijn geschil over een maatwerkvoorziening in zijn geheel aan de bestuursrechter kan voorleggen. Dus het besluit zelf én de uitvoering daarvan. De aanbieder neemt als partij deel aan de procedure, maar kan niet worden veroordeeld tot iets doen of nalaten. Nieuwe feiten en omstandigheden of wijzingen in het beleid die zich na het betreffende besluit voordoen, worden ook meegenomen. Wanneer en of het wetsvoorstel in werking treedt is onduidelijk gezien de recente werkzaamheden van de minister omtrent de coronacrisis.

#2 Van Wmo naar Wlz indicatie voor GGZ

Inwoners die hun leven lang intensieve geestelijke gezondheidszorg (GGZ) nodig hebben, hebben vanaf 1 januari 2021 toegang tot de Wet langdurige Zorg. Volgens cijfers van de Rijksoverheid zullen er circa 23.000 aanvragen voor een Wlz-indicatie worden aangevraagd. Voorheen ontvingen deze inwoners hulp vanuit de Wmo. Inwoners hoeven zich nu minder zorgen te maken over de ondersteuning, omdat de Wlz-indicatie een besluit voor onbepaalde tijd is.

Delen:
Top